Uit de tussenuitspraak van 28 mei 2025 (ECLI:NL:RBOBR:2025:3066) van de voorzieningenrechter van de Rechtbank Oost-Brabant volgt dat de verleende omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (“BOPA”) mogelijk niet uitvoerbaar is, omdat het college van burgemeester en wethouders (“college”) dit met de verleende omgevingsvergunning voor de (technische) bouwactiviteit ten behoeve van de realisatie van een tijdelijke opvanglocatie voor vluchtelingen niet heeft aangetoond.

Volgens de voorzieningenrechter is die laatstbedoelde omgevingsvergunning namelijk verleend voor een logiesfunctie en niet voor een woonfunctie. Met twee verleende BOPA’s heeft het college toestemming verleend voor het tijdelijk (voor de duur van vijf jaar) in afwijking van het omgevingsplan verbouwen respectievelijk gebruiken van een voormalig winkelpand als tijdelijke opvanglocatie voor vluchtelingen. De voorzieningenrechter overweegt dat, nu ontheemden hier vijf jaar kunnen verblijven, geen sprake is van een logiesfunctie maar van een woonfunctie (gelijk te stellen met een woonfunctie voor kamergewijze verhuur als bedoeld in bijlage 1 onderdeel B van het Besluit bouwwerken leefomgeving, “Bbl”). Evenmin valt de opvanglocatie gelijk te stellen met de huisvesting van arbeidsmigranten omdat, anders dan bij arbeidsmigranten, het zeer wel mogelijk is dat de vluchtelingen die op deze plek worden opgevangen mogelijk geen bruikbaar hoofdverblijf in hun thuisland meer hebben. Ten aanzien van de uitvoerbaarheid van de verleende BOPA voor het beoogde gebruik van het voormalige winkelpand als opvanglocatie stelt de voorzieningenrechter vast dat het college hiervoor geen omgevingsvergunning voor de technische bouwactiviteit heeft verleend (het college heeft namelijk enkel een omgevingsvergunning verleend voor een logiesfunctie). Zonder toereikende omgevingsvergunning voor een technische bouwactiviteit kan het gebouw volgens de voorzieningenrechter niet worden gebruikt voor het doel waarvoor de BOPA is verleend. De voorzieningenrechter kan in dit geval niet op voorhand uitsluiten dat het beschermingsregime voor een woonfunctie voor (in dit geval) kamergewijze verhuur in het Bbl in de weg staat aan de uitvoerbaarheid van de voorziene ontwikkeling, bijvoorbeeld omdat enkele kamers een verblijfsoppervlakte lijken te hebben van minder dan de volgens het Bbl vereiste 15 m2. De uitvoerbaarheid van de verleende BOPA zal volgens de voorzieningenrechter moeten blijken uit de op het beoogde woongebruik toegesneden (nog aan te vragen en vergunnen) technische omgevingsvergunning.