Bij besluit van 21 december 2020 heeft het college aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd (hierna: last onder dwangsom 1). Daarin is [appellant] opgedragen om alle zonder omgevingsvergunning opgerichte bouwwerken op het perceel [locatie] te Deventer (hierna: het perceel) en van de openbare ruimte bij het perceel geheel te verwijderen en verwijderd te houden. Deze last ging over een aanbouw, overkapping, tuinhuis, poort en hekwerk.

[appellant] betoogt dat de rechtbank had moeten oordelen dat het college onvoldoende rekening heeft gehouden met zijn belang bij het laten staan van het tuinhuis. Hij stelt dat hij het tuinhuis gebruikt om zich terug te trekken, wat zijn gezondheid ten goede komt. [appellant] betoogt verder dat het college ten onrechte geen reden heeft gegeven waarom handhavend wordt opgetreden.
[appellant] heeft in een brief van 16 november 2020 aan het college aangegeven dat hij vanwege gezondheidsredenen gebruik maakt van het tuinhuis om zich terug te trekken. Daarbij heeft hij een verklaring overgelegd van een regiobehandelaar van Transfore, waar hij op dat moment in behandeling was. Daarin staat:
"Het doel van de behandeling is om aan de slag te gaan met spanningsklachten en angstklachten. U heeft in uw thuissituatie een plek nodig waar u zich kunt terugtrekken zodat u deze klachten kunt reguleren."
In last onder dwangsom 1 merkt het college over [appellant]’ gezondheid en de noodzaak van het hebben van een tuinhuis op dat volstaan zou kunnen worden met de overige bouwwerken op het perceel. Naast de woonwagen is er namelijk ook nog een schuur, een overkapping en een aanbouw aanwezig.
In de verklaring van Transfore staat dat [appellant] een plek nodig heeft waar hij zich kan terugtrekken. Het college heeft dit betrokken bij het besluit waarin last onder dwangsom 1 is opgelegd, maar is tot de conclusie gekomen dat het tuinhuis niet noodzakelijk is om een plek te creëren waar [appellant] zich terug kan trekken.
[appellant] heeft niet inzichtelijk gemaakt waarom het college ten onrechte tot deze conclusie is gekomen, maar zijn betoog over zijn gezondheid steeds herhaald. Naar het oordeel van de Afdeling heeft het college daarmee het belang van de gezondheid van [appellant] bij de besluitvorming betrokken en mocht het college tot de conclusie komen dat het belang van [appellant] bij het behoud van het tuinhuis niet zo zwaarwegend is, dat van handhavend optreden had moeten worden afgezien. De rechtbank is daarom terecht tot het oordeel gekomen dat deze omstandigheden niet zo zwaarwegend zijn dat het college van handhavend optreden af had moeten zien.